Wie prettig wil wonen, kijkt vaak als eerste naar de woning. Is deze comfortabel? Is de huur betaalbaar? Is de buurt veilig? Maar uit het jaarlijkse woongelukonderzoek van Woonzorg Nederland blijkt dat daarnaast andere factoren minstens zo bepalend zijn. Huurders noemen nadrukkelijk het gevoel van thuis zijn, het kennen van buren en gehoord worden als belangrijke voorwaarden voor prettig wonen.
Dat roept een interessante vraag op: welke invloed heb je als corporatie hierop en hoe ver ga je hierin?
Strategisch adviseur Rosanne buigt zich bij Woonzorg Nederland over deze kwestie. “Het gaat om de sociale verbindingen en betrokkenheid van huurders bij de omgeving. Dat geeft een spanningsveld van sturen en loslaten. Het is misschien niet altijd onze verantwoordelijkheid, maar zeker wel in ons belang.”
De woonomgeving wordt belangrijker naarmate we ouder worden
Naarmate mensen minder vitaal worden, wordt hun directe leefomgeving steeds belangrijker. Waar iemand vroeger misschien veel buitenshuis was, verschuift het dagelijks leven zich steeds meer naar de woning, het woongebouw en de directe omgeving. De kwaliteit, voorzieningen en prettig samenleven binnen het complex worden daarmee belangrijker.
Juist daarom kijkt Woonzorg Nederland steeds nadrukkelijker naar de sociale kwaliteit van woonomgevingen. Niet alleen naar de technische aspecten van de woning of het complex, maar ook naar de manier waarop bewoners betrokken zijn en hoe zij dit ervaren.
Participatie is meer dan inspraak
Wanneer het over participatie gaat, denken veel mensen direct aan huurderscommissies of formele inspraaktrajecten. Die vormen blijven belangrijk. Via het Landelijk Huurdersplatform en lokale huurderscommissies hebben huurders invloed op beleid en besluitvorming.
Maar volgens Rosanne is participatie veel breder dan dat.
"Formele participatie gaat vooral over invloed op beleid en beheer. Volgens strikte procedures en in een laat stadium, de plannen zijn dan eigenlijk al gemaakt. Informele participatie heeft een meer ongedwongen sfeer en gebeurt vanuit een overtuiging dat het perspectief van de betrokkenen van meerwaarde is voor de keuzes die je maakt. Het gaat om het samenbrengen van de leef- en systeemwereld. Dit maakt dat je beleid en dienstverlening beter aansluit. En door dit goed vorm te geven ervaren mensen dat hun stem ertoe doet en versterkt dit de betrokkenheid.
Die betrokkenheid is enorm belangrijk bij gemeenschappen. Een groet in de gang. Een praatje bij de lift. Een buur die even informeert hoe het gaat. Kleine momenten die bijdragen aan een gevoel van vertrouwdheid. Als je ervaart dat je onderdeel bent van het geheel stijgt de bereidheid om tijd en energie te investeren. Je voelt je meer verantwoordelijk om zaken zelf op te lossen.
Uit onderzoek blijkt dat juist die alledaagse vormen van betrokkenheid de basis vormen voor omzien naar elkaar. Niet iedereen hoeft actief vrijwilliger te worden of plaats te nemen in een commissie. Maar wanneer verschillende bewoners elkaar kennen en herkennen, ontstaat er meer begrip, meer vertrouwen en soms ook meer bereidheid om naar elkaar om te zien.
Informele participatie gaat in het kort om betrokkenheid bij je woonomgeving: initiatief nemen, elkaar ontmoeten en samen verantwoordelijkheid dragen voor prettig wonen."
Gemeenschap kun je niet organiseren voor bewoners
" We zijn ons ervan bewust dat het een illusie is om tot één sterke gemeenschap te komen. Er is sprake van een lappendeken aan kleine gemeenschappen binnen een complex. Met wisselende niveaus van sociale verbindingen. Recent onderzoek van het Ben Sajet Centrum onderschrijft dit.
Tegelijkertijd verandert ook de samenstelling van wooncomplexen. Senioren zijn langer vitaal en actief. Sommigen werken nog, anderen reizen veel of hebben een druk sociaal leven buiten het complex. Dat maakt dat behoeften meer uiteenlopend. Daarnaast zorgt de krapte op de woningmarkt ervoor dat niet iedereen bewust kiest voor een geclusterde woonvorm waar je buiten de eigen woning, voorzieningen deelt met andere huurders en ontmoeting centraal staat. "Een dak boven je hoofd is soms de belangrijkste reden om ergens te gaan wonen. Dat is heel begrijpelijk, maar heeft wel invloed op hoe betrokken mensen zich voelen bij elkaar en hun woonomgeving. Dat maakt het ingewikkelder om de sociale verbindingen te versterken" vertelt Rosanne.
Dat betekent niet dat een corporatie achterover kan leunen.
Integendeel. Wij hebben met het ontwerp van het gebouw en de bewonersconsulent als verbindende professional wel degelijk invloed.”
Woonzorg Nederland investeert daarom bewust in woonomgevingen die ontmoeting stimuleren, ontmoetingsruimtes en het ondersteunen van huurdersinitiatieven. Tegelijkertijd ligt daar volgens Rosanne ook een belangrijke grens.
"Wij kunnen voorwaarden scheppen, maar we kunnen geen gemeenschap maken. Op het moment dat wij alles overnemen, wordt het iets van de corporatie in plaats van iets van bewoners."
Dat vraagt soms om terughoudendheid. Juist wanneer de neiging groot is om zaken op te lossen of over te nemen.
Volgens Rosanne blijft professionele ondersteuning nodig, maar op gepaste afstand. Veel bewonersinitiatieven draaien op een kleine groep enthousiaste vrijwilligers. Wanneer iemand wegvalt of er ontstaat een conflict, kan zo'n initiatief kwetsbaar blijken. "De kunst is om zo nu en dan bij te sturen zonder het over te nemen. Dat doen we niet alleen, maar samen met lokale partners in welzijn en zorg. "
Meer invloed betekent ook meer spanning
Participatie klinkt aantrekkelijk, maar brengt ook dilemma's met zich mee.
Want wie krijgt een stem? De meest actieve bewoners werpen zich vaak op. Maar vertegenwoordigen zij ook het geluid van meerderheid? En hoe betrek je de mensen die normaal gesproken minder snel gehoord worden? Er zullen altijd tegengestelde belangen zijn, het is zoeken naar de achterliggende behoefte.
Daarnaast lopen verwachtingen niet altijd gelijk op. Bewoners kijken vaak naar wat er vandaag speelt, terwijl een corporatie ook keuzes moet maken voor de lange termijn.
"We merken bijvoorbeeld dat veel bewoners nog niet bezig zijn met de vraag wat er gebeurt als zij zelf minder vitaal worden. Als corporatie moeten wij daar wel over nadenken. Dat zorgt soms voor verschillende perspectieven."
Ook ontstaan spanningen wanneer een kleine groep bewoners spreekt namens een groter geheel zonder dat duidelijk is of daar voldoende draagvlak voor bestaat.
Volgens Rosanne begint veel van die spanning bij onuitgesproken verwachtingen.
"De meeste conflicten ontstaan niet doordat mensen het fundamenteel oneens zijn, maar doordat verwachtingen niet uitgesproken worden. Daarom is transparantie zo belangrijk. Wat kan wel? Wat kan niet? En waarom?"
Samen verantwoordelijk voor prettig wonen
De komende jaren zal participatie alleen maar belangrijker worden. Niet omdat de wet dat voorschrijft, maar omdat de uitdagingen in wonen, zorg en leefbaarheid steeds meer samenkomen.
Sterke gemeenschappen vragen onderhoud. Net zoals woongeluk.
Dat vraagt iets van woningcorporaties. Maar ook van huurders.
Volgens Rosanne zit daar uiteindelijk de kern van participatie.
"Wij voelen ons soms te verantwoordelijk voor het creëren van de juiste condities voor een gemeenschap. Terwijl juist bewoners een belangrijke rol spelen in hoe een woonomgeving voelt. Wij kunnen de voorwaarden creëren, maar uiteindelijk ontstaat een gemeenschap tussen mensen."
Misschien is dat wel de grootste verandering in hoe we naar participatie kijken. Niet langer vóór huurders denken, maar mét huurders bouwen aan woonomgevingen waar mensen zich thuis voelen, zich gehoord voelen en prettig ouder kunnen worden.

