We willen in Nederland dat ouderen langer zelfstandig blijven wonen. Tegelijkertijd neemt de zorgvraag toe, staat de zorg onder druk en groeit het tekort aan passende woningen. Daardoor komen wonen, zorg en welzijn steeds dichter bij elkaar te liggen. Alleen zijn die werelden daar nog niet op ingericht.
Volgens Geert Bartelds zit daar één van de grootste uitdagingen van dit moment. “We vragen mensen langer zelfstandig te wonen, maar organiseren wonen, zorg en welzijn nog grotendeels los van elkaar. Terwijl bewoners die scheiding helemaal niet ervaren.”
Bij Woonzorg Nederland ziet Geert dagelijks wat dat betekent in de praktijk. “Een geschikte woning alleen is niet genoeg. Mensen hebben ook ondersteuning, ontmoeting, overzicht en een sociaal netwerk nodig. Anders wordt langer zelfstandig wonen vooral langer zelfstandig organiseren.”
Wonen met zorg vraagt om een andere manier van samenwerken
Volgens Geert wordt wonen met zorg nog te vaak benaderd als een optelsom van losse onderdelen: een woning, een zorgorganisatie en misschien een ontmoetingsruimte. Maar juist de samenhang bepaalt of een woonomgeving werkt.
“De uitdaging zit niet alleen in het bouwen van woningen, maar vooral in het organiseren van het geheel daaromheen. Wie signaleert dat iemand achteruitgaat? Wie organiseert ontmoeting? Wie helpt bewoners hun weg te vinden? En wie voelt zich verantwoordelijk als het misgaat?”
Juist daar ontstaan in de praktijk vaak knelpunten. Corporaties, zorgorganisaties, gemeenten en welzijnspartijen werken allemaal vanuit hun eigen systeem, financiering en verantwoordelijkheden.
“Een corporatie denkt vanuit vastgoed en leefbaarheid. Zorgorganisaties sturen op zorgverlening en indicaties. Gemeenten kijken naar maatschappelijke effecten en beleid. Dat zijn fundamenteel verschillende werelden.”
Volgens Geert gaat samenwerking daarom niet vanzelf, ook niet wanneer partijen dezelfde maatschappelijke ambitie delen. “Iedereen ziet de noodzaak, maar dat betekent nog niet automatisch dat systemen goed op elkaar aansluiten.”
Geclusterde woonvormen laten zien waar het schuurt
Juist in geclusterde woonvormen worden die verschillen zichtbaar. Binnen woonconcepten zoals G’oudGeregeld wonen ouderen zelfstandig, maar met zorg, ondersteuning en ontmoeting dichtbij georganiseerd. Daardoor raken wonen, zorg en welzijn automatisch meer met elkaar verweven.
Volgens Geert zijn dit soort woonvormen interessant omdat ze duidelijk maken waar kansen én knelpunten zitten. “In een traditionele setting blijft veel gescheiden georganiseerd. In geclusterde woonvormen kom je er sneller achter wat er ontbreekt.”
Dat gaat bijvoorbeeld over rollen en verwachtingen. Bewoners verwachten vaak meer aanwezigheid en ondersteuning dan formeel georganiseerd is. Tegelijkertijd is de zorg in veel woonvormen geen intramurale zorg meer, maar bijvoorbeeld georganiseerd via een Volledig Pakket Thuis (VPT).
“Dat betekent dat mensen zelfstandig wonen, terwijl de zorg er niet continu aanwezig is zoals vroeger in een verzorgingshuis. Dat vraagt dus iets van bewoners, van professionals én van de omgeving.”
Volgens Geert vraagt dat ook om een andere inrichting van woongebouwen en buurten. “Ontmoeting en laagdrempelig contact zijn geen ‘extraatjes’, maar randvoorwaarden. Net als een bewonersconsulent, samenwerking met welzijn of een ruimte waar mensen elkaar tegenkomen.”
De maatschappelijke baten zijn duidelijk. De verdeling van de kosten niet.
Volgens Geert zit één van de grootste uitdagingen in de manier waarop wonen met zorg momenteel gefinancierd wordt. Geclusterd en gemeenschappelijk wonen, zal het “gat tussen thuis en het verpleeghuis” dichten, waardoor de maatschappelijke opbrengsten volgens hem groot zijn. Mensen wonen hierdoor langer zelfstandig thuis, voelen zich minder snel geïsoleerd en doen vaak later een beroep op zware zorg.
“Alleen zie je dat de kosten en opbrengsten om dat te organiseren nu vaak bij afzonderlijke partijen terechtkomen.” Er is geen sprake van een eerlijke verdeling.
Hij noemt ontmoetingsruimtes, leefondersteuning en communityvorming als voorbeelden. “Dat soort voorzieningen passen niet vanzelfsprekend binnen een vastgoedexploitatie, terwijl ze wel essentieel zijn voor hoe een woonomgeving functioneert.”
Daardoor ontstaat volgens hem regelmatig een scheve situatie. “Corporaties investeren bijvoorbeeld in gemeenschappelijke ruimten of extra ondersteuning rondom een woongebouw, terwijl de maatschappelijke winst uiteindelijk veel breder terechtkomt.”
Volgens Geert wordt daarom steeds vaker gekeken naar sector overstijgende integrale maatschappelijke businesscases rondom geclusterde woonvormen. “Als we dit soort woonvormen echt willen stimuleren, moeten we ook anders kijken naar de verdeling van kosten, verantwoordelijkheden en opbrengsten tussen de deelnemende partijen. Door gezamenlijk te investeren in woonleefconcepten – door gemeente, corporaties, zorgaanbieders en waar mogelijk het zorgkantoor – wordt een duurzame ontwikkeling van die concepten mogelijk gemaakt en worden kosten en opbrengsten eerlijk door de deelnemende partijen verdeeld.”
Eerst een gezamenlijk verhaal, daarna pas de structuur
Een belangrijke les uit samenwerkingen rondom wonen met zorg is volgens Geert dat organisaties vaak te snel beginnen met structuren, contracten en taakverdelingen.
“Terwijl succesvolle samenwerking meestal begint met een gezamenlijk verhaal. Wat willen we hier eigenlijk samen mogelijk maken? Voor bewoners, voor de wijk en voor de toekomst?”
Pas daarna volgen volgens hem de praktische afspraken. “Als die gezamenlijke visie ontbreekt, blijf je samenwerken vanuit losse belangen en systemen. En juist dat gezamenlijke verhaal is de voorwaarde om de financieringsvraag op te lossen. Zonder gedeelde visie maak je namelijk nooit eerlijke afspraken over wie wat betaalt en wie wat eraan overhoudt – de verdeling van kosten en opbrengsten en het gezamenlijke verhaal zijn dus geen losse vraagstukken, maar twee kanten van dezelfde opgave.”
Dat vraagt volgens Geert ook om een andere houding van organisaties. Minder denken vanuit afbakening, meer vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid.
“Wonen met zorg lukt alleen wanneer partijen bereid zijn over hun eigen domein heen te kijken. Niet omdat het moet, maar omdat bewoners anders tussen systemen terechtkomen.”
De toekomst van wonen met zorg ligt niet bij één partij
Volgens Geert wordt de urgentie de komende jaren alleen maar groter. De vergrijzing neemt toe, de druk op de zorg groeit en steeds meer ouderen willen zelfstandig blijven wonen. Tegelijkertijd neemt het aantal plekken in traditionele zorginstellingen niet in hetzelfde tempo mee toe.
Dat betekent volgens hem dat wonen met zorg steeds belangrijker wordt. Maar ook dat samenwerking geen keuze meer is.
“Geen enkele partij kan dit alleen organiseren. Niet de corporatie, niet de zorgorganisatie en ook de gemeente niet. De opgave is simpelweg te groot en te verweven geworden.”
Juist daarom ziet Geert toekomst in woonvormen waar wonen, zorg, ontmoeting en ondersteuning meer als één geheel worden georganiseerd. Niet als vervanging van zelfstandigheid, maar juist om die zelfstandigheid langer mogelijk te maken.
“De kernvraag is uiteindelijk niet alleen hoe we woningen bouwen, maar hoe we woonomgevingen organiseren waarin mensen prettig oud kunnen worden. Dáár zit de echte uitdaging van wonen met zorg.”

